muziek

Lofprijzing en aanbidding is bepaald niet bedacht door de Evangeliegemeente Groningen. De oorsprong gaat ver terug en brengt ons bij koning David. In zijn voorbereiding op de bouw van het ‘Huis des Heren’ stelt hij in 1 Kronieken 23 de dienst van lofprijs en aanbidding in. Het was een belangrijk onderdeel van de tempeldienst, gezien het feit dat maar liefst vier van de achtendertigduizend Levieten apart werden gezet om de Here te prijzen op de instrumenten die koning David daarvóór al had laten maken. Ook werden er zangers aangesteld, die onder loven en prijzen van de Here profeteerden bij het spel van van citers, harpen en cimbalen (1 Kronieken 23: 1-3). Onder andere in Psalm 122:4 lezen we dat niet alleen de apart gezette Levieten de opdracht hadden de Here ‘groot te maken’ , maar dat het een voorschrift voor geheel Israël was de Naam des Heren te loven.

Wij geloven dat ook voor de hedendaagse Gemeente van Jezus Christus deze opdracht geldt (lees Efeziërs 5:18-21). Aanbidding is de hoogste roeping van de Christen en bereidt ons voor op onze eeuwige bestemming. Lofprijzing is geen vrijblijvende bezigheid, maar het is een Bijbelse opdracht. Het is opvallend dat God juist zang en muziek gegeven heeft om die lofprijzing gestalte te geven, ook al heeft aanbidding alles te maken met een persoonlijke levensstijl. De lofprijzing en aanbidding zijn als een offer dat wij mogen brengen aan God. De aanbidding wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel omschreven als “reukwerk der heiligen”. We brengen God eer, maar in de aanbidding mogen wij ook weer ontvangen (lees er Psalm 50:23 maar eens op na): “Wie lof offert eert Mij, en baant de weg dat Ik hem Gods heil doe zien”. Lofprijzing is tweerichtingsverkeer. In lofprijs geven we en in lofprijs ontvangen we. En dit belangrijke principe ervaren we elke zondagochtend in onze samenkomsten opnieuw.