waterdoop

De waterdoop – de doop door onderdompeling

Regelmatig worden in onze gemeente doopdiensten gehouden.
Op deze pagina willen we iets vertellen over de waterdoop, de betekenis, de noodzaak en hoe wij als Evangelische Gemeente hiermee omgaan.
We zullen in deze studie de nodige Bijbelgedeeltes citeren, want de Bijbel, Gods Woord, is de basis van ons geloof.


De waterdoop:

In landen met verschillende culturen en klimaten en situaties herhaalt zich dagelijks hetzelfde tafereel.
Met een ritme van ongeveer 50 per minuut – drieduizend per uur, dus ongeveer zestigduizend per dag en 25.550.000 per jaar.
In sloten, in rivieren, in zeeën, in zwembaden en in kerkgebouwen.
Volwassenen, tieners en ouden van dagen, laten zich onderdompelen in water.
Dit moment geeft een diepe vreugde, aan de personen die zich laten onderdompelen, maar tevens aan diegenen die toekijken.
DIT IS DE DOOP.
De doop kan een kostbare stap zijn.
Mensen zijn soms werkeloos geworden, doordat ze zich lieten dopen.
Anderen raakten hun huis kwijt, of zelfs hun pensioen.
Anderen hebben zelfs het leven gelaten in landen die, waar het aanvaarden van het geloof in Jezus Christus gezien wordt als verraad.
Iedere gelovige zal zijn eigen hart moeten onderzoeken en tevens de Heilige Schrift om uit te maken wat zijn positie is t.o.v. de waterdoop.
Het is moeilijk, om niet te zeggen ONMOGELIJK, om neutraal te blijven t.o.v. de doop.
Want de waterdoop is niet een facultatief iets, nog marginaal te noemen in het leven van een Christen.
Het is fundamenteel voor onze relatie t.o.v. God en de Here Jezus Christus.
Het woord “doop” heeft bijna in iedere taal een religieuze betekenis.
In het Grieks is het echter een normaal woord dat nog steeds gebruikt wordt in het dagelijkse taalgebruik.
Men gebruikt dit woord iedere keer als iets, een vast lichaam ònder gaat in een vloeistof.

Johannes de doper

Johannes kwam voor Jezus en had o.a. als taak de komst van Jezus aan te kondigen. Hij predikte bekering en doopte de mensen die zich tot God bekeerden. De mensen beleden hun zonden en werden vervolgens door hem gedoopt. Johannes deed dat door de mensen onder te dompelen in de rivier. Kopje onder. Het woord “dopen” betekent dan ook, “onderdompelen”. Johannes deed dit zo vaak, dat hij van de mensen een bijnaam kreeg: Johannes de doper. Gezien de rivier de Jordaan, waarin Hij doopte vaak maar een klein stroompje water is, doopte hij op een bepaalde plaats, waar hij wat beter uit de voeten kon.

Johannes 3:23
“… Johannes doopte, te Enon bij Salim, omdat daar veel water was, en de mensen kwamen daar en lieten zich dopen;”

Jezus en de waterdoop

Op een dag kwam ook Jezus naar Johannes toe en vroeg hem gedoopt te mogen worden. Johannes weigerde eerst, want Jezus was zonder zonde en Johannes zei dat hijzelf eigenlijk door Jezus gedoopt zou moeten worden.

Mattheüs 3: 13-15
“Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zeide: Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij? Jezus echter antwoordde en zeide tot hem: Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem geworden.”

Wat zegt de Bijbel over de doop?

Voordat Jezus terugkeerde naar Zijn Vader in de Hemel, gaf Hij zijn discipelen enkele stipte opdrachten.
We kunnen deze vinden in het Evangelie van Mattheüs.

Mattheüs 28:19
“Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.”

Als we dit even nader bekijken dan zien we dat de eerste opdracht is om mensen te maken tot discipelen van Jezus Christus, hen daarna te dopen en hen dan verder te onderwijzen in het onderhouden van de geboden van Jezus.

De doop is dus voor mensen die besloten hebben om volgelingen (discipelen) van Jezus te worden.
Dus voor mensen die zich bekeerd hebben van hun zondige wandel en die Jezus willen volgen in hun leven.

Ook Petrus, tijdens zijn prediking op de eerste Pinksterdag, noemde de doop, maar plaatste deze ook in een bepaalde volgorde:

Handelingen 2:38
“En Petrus antwoordde hen: (1) Bekeert u en een ieder van u (2) late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult (3) de gave des Heiligen Geestes ontvangen.”

Dus eerst bekering, dan de doop. Hier volgen enkele voorbeelden uit de Bijbel die duidelijk maken dat men deze volgorde altijd heeft toegepast.

Handelingen 2:41
“Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd.”

Marcus 16:16
“Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, …”

“Wie gelooft”, men spreekt altijd i.v.m. de doop over mensen die in staat zijn om hun verstand te gebruiken, dus mensen die kunnen geloven, die zich kunnen bekeren enz. We kunnen Bijbels geen verwijzingen vinden naar de doop van kinderen of zuigelingen.

Handelingen 8:12
“Toen zij echter geloof schonken aan Filippus, die het Evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen, ZOWEL MANNEN ALS VROUWEN.”

In het boek van de Handelingen der Apostelen, kunnen we het verslag vinden van de apostelen die de opdracht van Jezus gaan uitvoeren. Ze prediken het Evangelie aan de mensen die ze ontmoeten. Ze nodigen de mensen uit in God te geloven en zich te bekeren tot Jezus Christus. Daarna moedigen ze de nieuwe volgelingen (discipelen) aan om zich te laten dopen en om de Heilige Geest te ontvangen.
Dit is een duidelijk en steeds terugkerend patroon wat we zien. Ze gingen dus in praktijk brengen wat Jezus hen had opgedragen in Mattheüs 28:19.
Eerst besluiten Jezus te volgen, dan de doop!!!

Handelingen 8:34-39
“En de kamerling antwoordde, en zeide tot Filippus: Ik vraag u, van wie zegt de profeet dit? Van zichzelf of van iemand anders? En Filippus opende zijn mond, en uitgaande van dat schriftwoord, predikte hij hem Jezus. En terwijl zij onderweg waren, kwamen zij bij een water, en de kamerling zeide: Zie, daar is water; wat is ertegen, dat ik gedoopt word? En hij zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, is het geoorloofd. En hij antwoordde en zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. En hij liet de wagen stilhouden en beiden daalden af in het water, zowel Filippus als de kamerling, en hij doopte hem. En toen zij uit het water gekomen waren, nam de Geest des Heren Filippus weg en de kamerling zag hem niet meer, want hij ging zijn weg met blijdschap.”

“En hij stond op en werd gedoopt.”

Handelingen 9:17-20
“En Ananias ging heen en kwam in het huis, en hij legde hem de handen op en zeide: Saul, broeder, de Here heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg, waarlangs gij gekomen zijt, opdat gij weer zoudt zien en met de Heilige Geest vervuld worden. En terstond vielen hem als schubben van de ogen en hij kon weer zien, en hij stond op en werd gedoopt; en toen hij voedsel genomen had, werd hij versterkt. En het geschiedde, toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, dat hij terstond in de synagogen verkondigde, dat Jezus de Zoon van God is.”

“En hij (Petrus) beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus.”

Handelingen 10:44-48
“Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de Heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort, want zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken. Toen merkte Petrus op: Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen, die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen? En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus.
Toen verzochten zij hem nog enige dagen te blijven.”

De doop van de purperverkoopster

Handelingen 16:14-15
“En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd.
En toen zij gedoopt was en haar huis, nodigde zij ons, zeggende: Indien gij van oordeel zijt, dat ik de Here getrouw ben, neemt dan uw intrek in mijn huis. En zij drong ons ertoe.”

Nog enkele voorbeelden uit het boek Handelingen:

Handelingen 18:8
“En Crispus, de overste der synagoge, kwam tot geloof in de Here met zijn gehele huis, en vele van de Korintiers, die hem hoorden, geloofden en lieten zich dopen.”

Handelingen 19:2-7
“En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus.”

Handelingen 22:12-16
“Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen, onder aanroeping van Zijn naam”.

De apostel Paulus

De apostel Paulus beschrijft uitvoerig in zijn brief aan de Romeinen het onderwerp van de doop. Hij omschrijft de doop als één worden met het sterven van Christus. Als een begraven worden met Christus,
om vervolgens met Hem op te mogen staan in een nieuw leven.

Romeinen 6:3-11 
“Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven? Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem.
Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God.
Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus.”

Wie kan en mag gedoopt worden?

De doop is een opdracht van Christus. De doop is dus voor een ieder die gehoorzaam wil zijn aan Jezus woorden.

De doop is voor een ieder die de persoonlijke beslissing heeft genomen Jezus Christus te willen volgen en Zijn geboden te willen eerbiedigen.

De doop is voor een ieder die wil breken met het verleden en een nieuw leven wil beginnen met Jezus als Heer en Meester.

Doopbespreking

Voor de doop houden we een doopbespreking. De datum van de doopbespreking zal normaal worden afgekondigd in de dienst op zondag en verder zal het worden gepubliceerd in het gemeenteblad.

Daarbij zijn alle mensen welkom die reeds besloten hebben zich te willen laten dopen en verder ook hen die zich er nog op willen bezinnen. Tijdens deze doopbespreking zal er een Bijbelse uitleg gegeven worden rond de doop en is er gelegenheid vragen te stellen.

Verder is het gebruikelijk dat één van de oudsten of de voorganger een persoonlijk gesprek heeft met de doopkandidaat. Daarbij wil men de motivatie toetsen en het getuigenis van de doopkandidaat horen over zijn beslissing Jezus te willen volgen.

Hoe gaat het in zijn werk?

Voordat we tijdens de doopdienst het water ingaan, leggen de dopelingen eerst voor de gemeente een getuigenis af van hun beslissing Jezus Christus te willen volgen. Ieder mag dat doen met zijn eigen woorden en iets vertellen waarom hij of zij zich wil laten dopen. Vaak geeft de dopeling vooraf ook een lied op, wat hij of zij graag wil laten zingen na de doop.

Vervolgens worden de dopelingen om de beurt uitgenodigd in het doopbassin te komen. Daar spreken we een gebed uit over de dopeling en de twee oudsten zullen dan de dopeling onderdompelen in het water. Ook krijgt de dopeling een dooptekst mee, die na gebed door de oudsten is gekozen voor iedere dopeling.

Leeftijd?

We hebben geen specifieke leeftijdsgrens voor de doopkandidaat. Indien een minderjarige zich willen laten dopen, dan stellen we er prijs op dit te doen met de goedkeuring van de ouders. Verder moet de jeugdige doopkandidaat duidelijk kunnen aangeven waarom hij of zij gedoopt wil worden en een duidelijk getuigenis kunnen afleggen van de genomen beslissing.

Wanneer niet?

Wij raden iemand aan te wachten met de waterdoop als hij of zij niet duidelijk kan aangeven waarom hij of zij gedoopt wil worden. Verder zou de doop geweigerd kunnen worden als de levenswandel totaal niet overeenkomt met die van een discipel van Christus.

Heeft u nog verdere vragen? Voor eventuele vragen over dit onderwerp kunt U terecht bij één van de oudsten of voorganger van de gemeente.

A.Goldberg

In het volgende gedeelte kunt u nog een stukje geschiedenis lezen
met betrekking tot de doop… 

 

De waterdoop – een stukje geschiedenis

Verder nog een stukje geschiedenis
Het volk van Israël was jarenlang in ballingschap in Egypte.
Ze moesten daar werken als slaven en stenen maken voor de bouw van Farao’s steden.
God gebruikte Mozes om hen uit te leiden naar het beloofde land.
Farao had het volk van Israël al eens laten gaan, maar had hen weer teruggehaald en weer aan de slavenarbeid gezet.
Na tien plagen die God over Egypte deed komen, liet Farao het volk van Israël eindelijk gaan.
Maar ook toen kreeg Farao spijt hen te hebben laten vertrekken.
Dus stuurde hij zijn leger om ze weer terug te halen.
Het volk van God stond voor de zee.
Mozes strekte zijn staf uit over het water en God vormde een weg dwars door de zee heen.
Ze trokken als volk er doorheen.
Juist toen ze aan de andere kant van de zee waren gekomen, snelde het leger van Farao zich op het pad door de zee.
Toen sloot God de zee weer toe. Het gehele leger van Farao kwam om in het water.

In het water van de zee verloor de Farao definitief zijn kracht en macht om het volk van God terug te pakken.
God gebruikt dat water, om de macht van Israëls vijand teniet te doen.
Dus toen het volk door de zee (het water) heen trok, toen verloor de vijand zijn macht hen terug te halen.
De doop is dan ook een publiek getuigenis aan God, aan de gemeente, maar ook aan Gods vijand, de boze.
Het is een getuigenis waarin men aangeeft te zijn overgegaan naar Gods Koninkrijk en dat men breekt met de macht van Gods vijand.

Exodus 14:18
En de Egyptenaren zullen weten, dat Ik de Here ben, doordat Ik Mij verheerlijken zal aan Farao, aan zijn wagens en aan zijn ruiters.

Exodus 14:23
En de Egyptenaren vervolgden hen en kwamen achter hen aan, alle paarden van Farao, zijn wagens en zijn ruiters, midden in de zee.

Exodus 14:28
De wateren vloeiden terug en bedekten de wagens en de ruiters van de gehele legermacht van Farao, die hen in de zee achterna getrokken waren; er bleef van hen niet een over.

Exodus 15:4
De wagens van Farao en zijn legermacht wierp Hij in de zee; de keur van zijn wagenhelden werd in de Schelfzee gedompeld.

Exodus 15:19
Toen Farao’s paarden met zijn wagens en ruiters in de zee gekomen waren, deed de Here de wateren der zee over hen terugvloeien, maar de Israelieten gingen op het droge midden door de zee.

Galaten 3:24-29
“Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed”.